Ik ga weer vallen, en ik ga ook weer opstaan. Dat weet ik nu zeker.

Was ik zomaar onderdeel van een fittie.

Eerlijk is eerlijk, ik was begonnen.

Een transvrouw was nogal scherp tegen genderneutrale taal, want non-binair zijn vond ze maar flauwekul. Als je geen diagnose transgender hebt, ben je alleen maar een aandachttrekker, vond ze.

Ik reageerde daar nogal scherp op, en toen zij weer. We beschuldigden elkaar van het gebruiken van stropoppen, en ik had gelijk (Ja, zo ver heen was ik, dat ik dacht in gelijk krijgen.)

Een uur later (na een fijne wandeling)  wilde ik een verzoenende reactie schrijven. Omdat ik het te gek vond dat we zo aan het ruzieën waren.

En toen las ik dit:

 

Beeld van de discussie weggehaald. Het was gezegd in heftige strijd, en niet gemeend. En het triggerde bij mij het beeld:  “Vent in een jurk”  “Crossdresser”. Dat is voldoende om mijn blog te snappen.

 

Het liet me niet onberoerd. Ik beefde toen ik dit las.

En toch ben ik blij dat het gebeurd is. Het heeft me losser gemaakt. Ik ben weer een grens over.

Jeu, en ik was al zo veel grenzen over.

“Een man in een jurk.”

“Crossdresser.”

Dat woord crossdresser, of erger nog: travestiet heeft me lang tegen gehouden. Al veel vroeger had ik al iets met vrouwelijke kleren. Maar de angst om travestiet genoemd te worden zette me vast.  Ze hoefden het niet eens hardop te zeggen.  Ik  werd al spaans benauwd  bij het idee dat mensen zouden kunnen dénken dat ik een travestiet was.

En zelfs toen ik voorbij de angst om transgender te zijn, was er nog steeds die angst om als travestiet gezien te worden.  Dat was toch iets minder maatschappelijk geaccpeteerd, en voor mij dus te eng, kennelijk.

En die angst is weg.

Stel dat ik het ben, een travestiet. Stel dat ik geen groen licht krijg straks. Dat ze bij de transgender poli vinden dat ik zo maar wat in mijn hoofd haal, en geen transgender ben.

Wat dan nog?

Ik weet hoe ik me voel.  Ik bepaal hoe ik me kleed.

Ik heb daar geen toestemming meer voor nodig.

Ik hoef geen bevestiging meer.

Ik hoef niet meer te vragen of ik wel mag bestaan.

Ik ben wie ik ben.

Ik ben blij met mijn beven van vandaag,

Ik gooi vandaag weer een hoop ballast overboord, en toch laat niets me onberoerd. Ik kies om in contact te blijven. Ik blijf me laten raken.

Ik blijf voelen. Ik ben niet stoer doordat ik me afsluit. Dat is een makkie: je gevoel afsluiten en je nergens door laten raken. Nee, ik ben stoer omdat ik me wél laat raken. Ik ben stoer omdat ondanks dat voelen door ga.

Ik val en sta altijd weer op.

Ik weet nu ook dat er meer mogelijk is dan ik me nu voor kan stellen. Alle angsten zijn op te ruimen.  Ze gaan me niet meer vasthouden.  Ik ga weer vallen, en ik ga weer opstaan.

Dat is geen stoere taal. Dat is intussen een ervaring. (Nee het is niet makkelijk, maar ook dat houdt me niet meer tegen.)

Ik ga voor wonderen.

 

Naschrift:

 

En we zijn nu vriendinnen. We snappen elkaars triggers, en dat je dan in heftige polemiek dingen zegt die je niet meent.

 

Please follow and like us:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *