De stemmen in je hoofd, en waar ze van gemaakt zijn

Jouw perfectionist, je drammer, je interne criticus

zijn natuurlijk opgebouwd uit  alle stemmen uit je verleden.

Mensen die belangrijk voor je waren.

Zo ook je interne fan.

Je interne fan heeft flarden van prachtige anderen in zich. Anderen die jou zagen op momenten dat het er toe deed.

Ik ontdekt vandaag zo’n flard.

Toen ik pas studeerde ging ik de kleren dragen die ik leuk vond. Ik leefde in Wageningen, in de jaren 80. Alles kon en niets was gek.

Ik droeg veel roze en paars.

Ik kocht twee witte schoenen, en verfde de één lichtblauw en de ander lichtgeel (dacht ik, het bleek groen te zijn).

Ik droeg deze kleren ook als ik een weekend naar mijn ouders ging.

Mijn vader riep de eerste keer dat hij ze zag:

“Schitterend!  Ik vind het zeer doen aan mijn ogen, en ik vind het eerlijk gezegd niet mooi. Maar ik vind je schitterend!”

Ik besef nu dat hij de essentie van de interne fan te pakken had.

Jouw interne fan is niet een kritiekloze toejuicher.

Zij vindt niet alles klakkeloos goed wat je doet.

Ze weet dat het er helemaal niet gaat om wat ze vindt.

Daar is je interne criticus voor (en ja, als je daar naar luistert vertelt die ook wanneer het oké is.)

Ze vindt jou schitterend, in alles wat je doet. Ook in je mislukkingen.

Want ze kan het grote plaatje zien, en weet precies hoe die mislukking daar in past.

En dat grote plaatje, jouw verhaal is schitterend. Het kan niet anders zijn dan schitterend. Ook al is dat ene moment niet zo fraai. Ook al duurt dat moment voor jou veel te lang.

Lieve papa,

bedankt voor deze les

en ja, nu heb ik even tranen in mijn ogen

 

Hoe gaat het met je? Lees dit dan even


 

Dit schreef ik 6 mei 2012:

Ik ben een notoir ‘het-is-pas-goed-als…’ persoon.

Als ik erg op dreef ben krijg ik het zelfs voor elkaar om van een moment dat al goed is,   een ‘het-is-pas-écht-goed-als…’  moment te maken.

Als ik wat minder mijn best doe is een goed moment altijd nog een: ‘het-is-goed-omdat…’ moment.

En afgelopen week had ik zomaar een moment dat die puntjes (…)  weg waren.

Ik had een ‘het-is-goed’ moment.

Sterker nog: het was een ‘het-is-al-goed’ moment. Met de nadruk op IS, in plaats van op goed.

Het IS al goed!

Niet omdat, niet bijna, maar gewoon helemaal.

En dat dan niet alleen tegen mezelf zeggen, maar ook echt zo voelen. Dat gaf rust.

Kan ik dat vasthouden? Nee. Maar het is ook niet om vast te houden. Het is iets om weer los te laten en dan toch te weten dat het er is. Dichtbij. Waar ik er bij kan. Mezelf er aan herinneren door het te zeggen. Het is al goed. Dat zijn vanaf nu geen woorden meer, het is een oproep.

 

Sindsdien ben ik het tegengekomen in de literatuur. Het schijnt een HSP dingetje te zijn, dat “als-ik-maar-dan…” dingetje. In PRI hebben ze er zelfs een begrip voor bedacht: “Valse Hoop”

Het is een mechanisme om niet te hoeven voelen dat je de verbondenheid mist; om de pijn van het niet gezien zijn niet te hoeven voelen.

Want je bent lekker druk, en dan hoef je niets te voelen. Je hebt iets om je op te richten, om je best voor te doen. En dan ook nog met het idee dat DE beloning dan staat te wachten.

Je weet al lang dat je je zelf daarmee voorbij loopt. Maar het mechanisme is slim. Net zo slim als jij. Nee, slimmer. Want jij hebt nog niet door hoe slim je eigenlijk bent.

Dat mechanisme gebruikt de ultieme mindfuck:

Catch 22

Want nu gaat het je vertellen dat het pas echt oké is als je niet eerst iets hoeft te doen om te zorgen dat het oké is.

Kom daar nog maar eens uit.

(afbeelding: Ouroubos, Wikipedia)

 

Goed, het weten helpt je dus geen donder.

Zullen we het weten even aan de kant zetten?

 

Boordevol Woordeloos

(titel gekregen van Ingrid Teulings)

er zijn wel woorden
en begrippen,
definities zelfs,
en uitleg

 

ik zou ze kunnen
gebruiken
om te delen
hoe ik me voel

 

en dan zou je

het misschien snappen

en knikken

“ja, dat heb ik ook”


maar ik wil zo graag

met jou

nog even

in het niet-snappen zijn,

liefst samen


dat jij

door deze woorden

niet weet

en toch daarom juist precies

wat ik bedoel

5-9-2017

 

 

En als we dan toch samen zijn, gun ik je dat heerlijke moment.

Het  IS-AL-GOED  moment.

En als je dat nu niet kunt voelen, dan gun ik dat je de kiem ervan nu al kunt voelen. Want die kiem onstaat op het moment dat je het totaal niet kunt voelen.

Op zulke momenten:

 

Misschien voel je je nu overgeslagen omdat je de haleluja van de HET-IS-AL-GOED  niet kunt voelen, en ook niet echt in de put zit.

Maar hé, die momenten hebben ook hun eigen schoonheid.

Ik noem ze het “kleine niets”, om het te onderscheiden van het grote NIETS,

Het grote niets heeft alles al. Zwarte gaten, sterrenstels, god, en zo.

Het kleine niets is de stilte tussen uitademen en inademen, het moment dat de slinger even stil valt om zijn beweging te keren, van heen naar weer, of andersom.

Ja, het voelt als op en neer. Maar dat is het niet. Het is heen en weer. Het enige dat je hoeft te doen om dat zo te kunnen zien is de setting van je telefoon te veranderen:

En dán pas je telefoon draaien.

Dan wordt op-en-neer vanzelf heen-en-weer.

Laat die maar uit staan, trouwens, dat automatisch draaien.

Niet alles zien in het licht van “ik-ben-niet-goed-genoeg” en ook niet overal en altijd  geforceerd het mooie in alles willen zien. Dat zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Het is wat het is.

Gaaf of Kut.

Of er tussenin.

 

 

 

 

Waarom je nog niet sociaal onhandig genoeg bent

Stel, je past niet.

Stel, je was ooit heel goed in aanpassen, maar je mooie, ietwat onhandige echte ik, komt tussen de kieren door naar buiten zetten.

Ook als je dat niet wilt.

Ook al houd jij je mond, non-verbaal is er kennelijk van alles te beleven.

Want er gebeuren sociale ongelukjes.

Je aanpas-energie is op. De automatische piloot werkt niet meer, en zie!

Je kon toch al niet goed  tegen onechtheid. Maar nu balt het op. Als een lakmoespapiertje ga je kleuren. Ook al houd jij je mond (je wil geen gedoe), het is toch merkbaar.

Soms moet de boel juist niet gesmeerd lopen.

Dat gedoe komt er toch, natuurlijk.

En dat is goed, want dan klaart de lucht.

Pas als de lucht geklaard is kun jij je weer vrij bewegen.

In plaats van lastig, is dat juist mooi!

Je bent de kanarie in de kolenmijn.

Nog voordat iemand het merkt, gaan bij jou de signalen al af. Het enige dat je hoeft te doen is stoppen met verstoppen. Dat lukte toch al niet zo geweldig.

Je omgeving zou je  moeten koesteren! Met al je sociale onhandigheid, zorg jij voor meer lucht voor iedereen.

Je redt levens, als jij jezelf durft te laten zien, juist in al je onhandigheid!

 

durf jij van je te laten houden?

Ik was vandaag bij een doop van een dierbare vriendin.

En oi, wat gebeurde er veel in mij. In mijn hart en in mijn hoofd.

Laat ik beginnen met dat hoofd.

De kerk is een nieuwe, moderne kerk.

En daar heb ik dus allerlei gedachten bij.

Ik weet ook wel waar ze vandaan komen hoor, die gedachten. Ik groeide op in een links-intellectueel milieu. EO jongerendagen, daar werd een beetje op neergekeken. Koot en Bie hadden een persiflage met De Positivo’s.

En dan had je in de jaren 90 nog Jomanda, die verketterd werd in mijn omgeving.

Dus die handen in de lucht en die wiegende mensen . .  tja . .

En dat is niet alles.

De hele dienst zat perfect in elkaar. Optimaal gebruik van media, slimme apps om de kerkcontributie te regelen op het scherm met tegelijkertijd een lied over dankbaarheid en geven.

Ik kan daar dus makkelijk heel denigrerend over doen. Iets met Amerikaans sausje en massa manipulatie en zo.

Het is ook niet echt mijn cultuur. Harde muziek, weinig verstilling. Een preek die me nét iets te populair is.

Het is druk in mijn hoofd. Want al deze vooroordelen dwalen door mijn hoofd, en tegelijkertijd besef ik dat het vooroordelen zijn.

Maar dat is niet het enige. Als een echte amateur antropoloog ben ik ook nog eens aan het analyseren wat daar allemaal  gebeurt. Jee, wat zijn er veel mensen op zoek. Wat maken we als samenleving mensen eenzaam. Wat is er een tekort aan liefde. Om me heen zie ik mensen zichtbaar ontroerd worden, en daar is niets neps of goedkoops aan.

Gelukkig kan ik, ondanks dit vollle hoofd, me in mijn hart laten raken.

Dat gebeurt helemaal als ik zie hoe mijn vriendin zich laten dopen.

Ik ben onder de indruk van haar overgave.

Ik ben onder de indruk van haar beslissing om van zich te laten houden. Want dat is het, deze keuze. Het is vooral ook een keuze voor jezelf.

Het ontroert me diep als ik zie hoe geraakt ze is. Ik sta daar met tranen in mijn ogen.

Overal om me heen zie ik mensen die keuze maken. Om liefde te ontvangen. Om jezelf zo veel waard te vinden dat je dat ma’g ontvangen. En dat is een godsgeschenk.

Dit is mooi.

Dit is puur.

En dan maakt het geen donder uit welk sausje er overheen gegoten is. Ik weet dat het ook helemaal zonder sausje kan.

Mijn vriendin zal het niet met me eens zijn. Zij voelt god als daadwerkelijk aanwezig. En dat snap ik. Ik kan dat ook zo voelen.

Maar ik weet dat mensen die dat niet god noemen, hetzelfde kunnen ervaren.

Wat dat betreft zou ik blij zijn als er eens een eind kwam aan al het geruzie tussen godsdiensten en tussen religieuze mensen en atheïsten.

(Voor die atheïsten:  je overgeven aan de liefde van god betekent echt niet meteen dat je de evolutietheorie moet afzweren. Kerken die dogmatisch zijn, daar heb ik niets mee.)

Kom op lieverds, we hebben het allemaal over hetzelfde. We hebben het over liefde, en over het jezelf waard vinden deze te mogen ontvangen.

Dat is een dappere keuze, en dat was waardoor ik ontroerd  was.

Ik ben ook ontroerd als ik bedenk voor hoeveel mensen dit nog een stap te ver is.

Dat is waarom ik iedereen haar/zijn interne fan gun.

Ik gun iedereen het vermogen onvoorwaardelijk van zich te laten houden.

Begin met jezelf.

Goh, daar ging dit blog naar toe. En ik dacht dat het een stuk zou worden over vooroordelen, en wat je daar mee kunt doen.

Hoe je naast afreageren ook kunt in-reageren

Instanties! Ik wordt er gek van. Ik vlogde erover.

Afreageren op anderen. Mooi woord, afreageren. Je gooit iets van je af, als reactie op iets.

In de PRI methode noemen ze dat Valse Macht. Dat is één van de vijf manieren om niet te hoeven voelen wat je voelt. Ik herkende hem en maakte een vlog. Maar het voelde niet af.

En nu weet ik waarom.

Mijn lijf was weer rustig geworden, en toen kreeg ik een mail. Er is iets mis met mijn salaris. Dat hoort er te zijn, maar dat is er niet. En weer schoot het direct in mijn lijf.

Deze keer ging ik voelen. Wow, wat ging het daar te keer, ik weet niet welke stofjes aangemaakt worden, dat ga ik nog wel leren in de cursus van Xandra van Hooff, Master of Emotions.

Wat ik wel weet is dat mijn lijf volop in de vecht-of-vlucht stand stond.

Primaire reactie op mijn basiszekerheden. Maar ook een hele diep gewortelde angst voor de buitenwereld, vooral de instititionele vorm daarvan.

Omdat alle interactie met die wereld in het teken hebben gestaan van niet passen. En van de onvermurwbaarheid van die instanties. Het roept de oer reactie op “Ik doe het fout!”

Ken je dat? Dat je bij het zien van een politieauto meteen kijkt of je je gordels wel om hebt, je niet te snel rijdt? Zoiets.

Fijn om te voelen dat het mijn lijf is dat zo reageert.

Ik las “Sociale Intelligentie” van Daniel Coleman. Die heeft het over de lage route (automatische reacties, die sneller zijn dan je bewustzijn aan kan), en de hoge route (waarbij je verstand zich kan inmengen).

Ik hoef me niet meer te vereenzelvigen met die reacties. En daarom mogen ze er van me zijn. Het roept niet meer de totale paniekgolf van “Foute Boel!” op.

Ik kan het laten gebeuren. Afstand nemen. En mijn interne fan er even bij vragen. De hand op mijn schouder, de arm om me heen voelen.

Terwijl ik dit schrijf ebt mijn lijf nog even na.

Dat salaris probleem is nog niet opgelost. En dat is vervelend. Maar niet meer dan dat.

 

Doe je mee? de wereld laten sidderen?

Jij wil groeien he?

hmmm

en je interne drammer heeft vast een heel lijstje. En je interne criticus heeft er ook nog stiekum wat bijgeschreven.

Je hebt jezelf verteld dat dat groeien niet voelt als noodzaak, maar dat het een wens is., open en vrij.

En je gelooft dat.

Slim he? Van die drammer. Die weet de boel wel te verkopen.

En daarom zijn die aanbiedingen van al die mensen die je willen helpen met groeien zo aantrekkelijk.

Maar hee,

Hoe zou het zijn als je, voor je al die nieuwe dingen gaat leren, eerst eens leerde hoe gaaf je nu al bent?

Want je mist het.

Je mist jezelf. Hele grote stukken zelf.

Allereerst zijn daar die dingen waar je echt goed in bent. Zo goed dat jij het gewoon vindt.

Maar dat wist je al.

Je vergeet het alleen steeds weer.

En dan dat andere.

Dat zijn de dingen die je niet WIL zien van jezelf. Omdat je ze vreselijk vindt.

Omdat het je mislukkingen zijn.

Heb je enig idee wat voor kracht er schuilt in je mislukkingen?

Hoe mooi je bent in de gestuntel?

Ik zie het wel.

 

Sterker nog.

Het zijn juist die dingen, de dingen waar jij je zo voor schaamt, waar je echte kracht schuilt.

Hoe gaaf zou het zijn als niet jíj, je onzeker voelde bij die schuur-momenten, maar dat het de wereld is die zich wat ongemakkelijk gaat voelen?

Met de wereld bedoel ik nu even alle instanties waar je tegen aan loopt. Alle zaken die we als maatschappij nu eenmaal doen zoals we ze doen, ook al weet iedereen dat dat al lang niet meer klopt. Ik hoef geen voorbeelden te geven. Die komen nu direct in je hoofd naar voren. Haal ze maar even helder voor de geest.

Hoe gaaf zou het zijn als we stoppen met aanpassen? Als elke botsing van ons de wereld een beetje doet sidderen?

Als de wereld ons komt vragen hoe het dan wel oké is?

Want wij zijn met onze moeite de eerste die het door hebben. En we weten ook nog eens precies waar de pijn zit.

Hoeveel mooier kunnen we de wereld maken als we stoppen met verstoppen?

Ah, maar daar moet je sterk voor zijn, zeg je.

Ja.

En dat begint met zien hoe gaaf je bent. Juist op die momenten dat je vindt dat je het niet bent.

Hee, en als het helpt . . . ik zie het al.