Niet oké zijn is oké

Ik voel me niet oké.

Verhuizing, sjouwen, afscheid van vertrouwde dingen,  in rotzooi leven,

en de dingen waar ik helemáál niet tegen kan:

instanties, papierwerk, en logistiek  geregel.

Zon en buien wisselen elkaar af, ik ben net het weer van deze dagen.  Het levert wel adembenemend mooie wolken en luchten op.

Het is oké is dat ik me niet oké voel.

Iemand vroeg vandaag op facebook: “Wat zou je aan de relatie met jezelf willen verbeteren?”
Mijn antwoord is: “helemaal niks!”
Zelfs nu ik me even minder voel.
Ik voel me namelijk wel heel erg levend, en dankbaar.

Ik kan me wiegen.

Ik kan me koesteren.

Ik kan me zijn.

Ik ben gewoon heel erg oké.

 

 

 

Waarom ben ik brutaal als ik een leraar aangeef dat ik wil dat hij beter les geeft?

Eén van mijn grote inspirators. Natka (niet haar echte naam) kwam ik tegen toen ik haar een anti-spijble training moest geven. Probleem was, zíj was niet degene die iets te leren had. Ik laat haar even aan het woord.

 

Verwacht geen verhaal, ik doe niet aan verhalen. Maar nu ik je toch spreek heb ik wel wat vragen voor je.

Nee, ik moet eerlijk zijn. Het zijn geen vragen. Ik begin wel met vragen, maar die zijn een aanloop op mijn opmerkingen, en die opmerkingen zijn een aanloop op regelrechte kritiek.

Dat je het even weet.

En dat is ook meteen precies wat ik bedoel.

Waarom zegt helemaal niemand wat hij of zij bedoelt?

Waarom nemen we, én zeggen we, de dingen niet wat vaker letterlijk?

Waarom krijgt alles een lading mee?

Waarom heeft dezelfde tekst door A uitgesproken een andere betekenis, als hij uitgesproken wordt door B?

Waarom ben ik brutaal als ik een leraar aangeef dat ik wil dat hij beter les geeft? Waarom gaat dan opeens alle aandacht naar mij? En waarom worden de dingen die ik aan geef beschouwd als stof dat onder het tapijt moet geschoven? (En dan vragen ze zich af, waarom iedereen toch steeds over dat tapijt struikelt!)

Hoe ze dat doen? Nou, ze hebben twee manieren:

De eerste manier is dat de leraar, meestal met behulp van schoolleiding, ‘uitlegt’ dat ik het niet zo handig heb aangepakt.

De tweede manier is dat ie zegt: “Wat ben ik blij dat je naar me toe gekomen bent, om te vertellen dat je moeite hebt met mij vak!”
Hallo! Ik heb geen moeite met je vak, en zélfs dan, . . . nee, juist dan . . . waar het me nu om gaat is dat ik moeite heb met jouw manier van lesgeven, ja!

Ik kreeg een anti spijble training. Best een leuke trainer hoor, maar waarom moet ík een training? Waarom moeten ze ons handvatten geven zodat we kunnen overleven in een systeem dat niet deugt? Is dat niet een beetje de omgekeerde wereld?

Ik heb het etiket puber, en het etiket lastig, en dat schijnt dus voldoende te zijn om alles wat ik zeg met schouderophalen af te doen.

Alles wat ik doe om daar aan te ontsnappen, wordt alleen maar gebruikt om mijn etiketten nog steviger vast te zetten.

En ik ben niet de enige.

Meningen, ideeën, gevoelens, ze komen tegenwoordig in gezinsverpakking. Als je er eentje kiest zit je meteen aan een heleboel andere vast. En het liefst voor altijd. Want dat maakt het overzichtelijk.

Ik heb dus toch een vraag aan je, een verzoek.

Als je mij tegen komt, luister alsjeblieft naar wat ik zeg. En als je dat wat te zwart/wit vindt, prima! Dan praten we verder, stel een vraag, laat mij alsjeblieft mijn eigen kleurplaten inkleuren.

En mij niet alleen.

Neem iedereen eens serieus.

Je leerlingen, je medewerkers, je kinderen, je patiënten, je politieke tegenstander, je . . . (vul zelf maar in, elk willekeurig woord dat maakt dat je de mens achter dat woord niet meer kunt zien)

Dank je.

Waarom ik van mijn social awkawardness houd

Als ik met je praat, kan ik afwezig lijken. Dat is onbeleefd natuurlijk, en ik kan er niks aan doen. Nou ja. Ik kán er wel wat aan doen, maar dat wil ik eigenlijk niet. Want dan sluit ik mijn tuin af.

Weet je ,als jij tegen me praat, dan is alles wat je zegt net een hondje dat in mijn tuin, mijn parkt wandelt. Het besuffelt de andere hondjes die daar lopen, en doet overal plasjes, en het speelt op mijn speelweide.

Ik houd mijn park graag open voor je hondjes. Ik houd van het spel tussen al die honden in mijn park. Ik kijk er graag naar, en dan kan ik niet goed meer letten op wat je allemaal nog meer zegt.

You had me at “Hello!”

Want ik heb snel genoeg. Dat ene kleine dingetje wat je zei, of je lach, of die blik, en zelfs de zucht. Ze zorgen allemaal al voor zo veel vuurwerk in mij hoofd.  Als dat andere wat je ook nog zegt moet dan gewoon even in de wachtrij.

Dat maakt me social awkward, want het wordt nog erger. Ik ga je onderbreken, in de rede vallen. Want dat dingetje wat je net zei, of vorige week, dat komt nu opeens naar boven. Het ontmoet dat ene hondje en ik wil je aanstoten om te laten zien hoe leuk ze spelen. Sorry!

Het lijkt alsof ik erg met mezelf bezig ben, maar dat mezelf zit intussen stikvol jou. Jouw hondjes hebben overal hun territorium gemarkeerd. Door mijn ontmoeting met jou ben ik nooit meer dezelfde.

Het is geweldig, die chaos in mijn hoofd.

Als dit op jouw brein lijkt heb ik wel een tip voor je:

Vraag mensen om hun schepje mee te nemen. Want jij hoeft niet de shit van andere hondjes in je park. Natuurlijk mogen ze poepen als ze heel nodig moeten, maar als de eigenaar het weer op ruimt blijft jouw park een fijne plek.

 

 

De coach en de engel

Ik werkte op het UWV werkplein, en kreeg een bijzondere klant.

Een man in gescheurde, vieze kleren. Z’n hopeloos geval.

Ik begon zoals ik bij elke klant begon. Ik vroeg wie hij was en wat hij wilde.

Hij vertelde dat hij een engel was.

‘Ik ben een engel met een speciale opdracht van God. Ik ben onderweg mijn vleugels kwijtgeraakt. En toen ben ik gevallen en heb mijn kleren gescheurd. Ik ben een groot deel van mijn geheugen kwijt, en ik weet mijn opdracht niet meer. Maar het ergste van alles is dat ik zichtbaar ben.’

Help, dacht ik, maar ik besloot nog even toch even door te vragen:

‘waarom is het zo erg dat je zichtbaar bent?’

‘Nou, als ik onzichtbaar ben, zien ze niet wat ik niet ben’.

Ik deed nog even moeite om dat te ontrafelen, maar besloot dat ik daar niks mee op schoot.

Ik moest een beroep in het systeem zetten, dus vroeg ik naar wat wilde en kon. Het enige dat ik er uit kreeg is dat hij een reddende engel wilde zijn. En dat zijn enige probleem is dat hij zijn opdracht is vergeten.

Of ik hem daarmee wilde helpen.

De komende afspraken met deze man waren een verzoeking. Ik kon hem met de beste wil van de wereld niet overtuigen dat hij zich eerst eens moest opknappen en dat hij dan maar eens een cursus werk zoeken met social media moest volgen. Hij had al die tijd naar mijn computer gekeken alsof hij er nooit een had gezien.

Hij bleef er bij dat hij anderen wilde helpen.

Zucht. Hij kon zichzelf niet eens helpen.

Na vele gesprekken gebeurde het. Misschien was het laat en was ik moe. Misschien is dat de verklaring.

Ten einde raad vroeg ik nog eens: wie ben je nu echt? De man vroeg: “Wil je dat echt weten?” Ja, zei ik. En op dat moment meende ik het ook.

Toen drong het pas langzaam tot me door. Hij had het al die tijd gezegd. Misschien was hij wel écht een. . .

Ik keek nog eens naar de man. Hij glimlachte naar mij en werd langzaam maar zeker doorzichtig. De glimlach verdween als laatste, tenminste die glimlach was het laatste wat ik me herinnerde. Hij zei nog: “dankjewel”, en was verdwenen.

In de hemel in het paradijs, kwam de engel weer terug. Zijn vleugels waren ook weer heel. Maar nog steeds wist hij niet wat zijn opdracht was. Dat was dus het eerste wat hij vroeg. Het antwoord was: “Je opdracht was om iemand te leren om in anderen te geloven.”

 

Dit schreef ik in 1998. Het UWV-werkplein heette toen nog arbeidsbureau.  (en nee social media bestond nog niet. een cursus “Word”  was toen het modewoord, en de sleutel tot alle banen.)

Hoe mooi je bent

Lieverd,
 
Weet je wel hoe diep het gaat,
jouw er-niet-mogen-zijn?
Ja, je durft weer trots te voelen,
maar de trots
is de sticker die jij jezelf geeft
voor de mooie dingen die je doet.
En weet je, dat is goed.
 
Durf je nu ook
de ontroering te voelen
voor wie je bent?
Voor álles wie jij bent?
Ook die dingen
die nu boven komen
als bewijs voor jouw niet deugen?
 
Weet je lieverd.
jij bent niet compleet zonder die dingen.
Sluit ze in je hart,
want jouw Interne Fan
heeft dat al lang gedaan.
 
Mijn Interne Fan
mag nu even spreken
namens die van jou
om de woorden
die je nog niet kunt horen
klank te geven.
 
Lieve schat,
 
Ja het mag.
Je mag het voelen.
Die liefde die je kunt geven . . .
kun je hem nu voelen, jouw liefde voor alles?
Houd hem even vast.
 
Want ik ga het zó brengen,
dat ook je hoofd het kan bevatten.
 
Alles is projectie.
Dat wist je al.
Geschrokken was je,
toen je ontdekte dat al die vreselijk mensen
een projectie waren
van alles wat je in jezelf verstootte.
 
Je bent het binnen gaan halen.
Je werd completer,
vandaar die trots.
Terecht.
 
En nu mag je zien.
en voelen alsjeblieft . . .
 
dat álles projectie is,
ook de liefde die jij voor anderen voelt.
Al die schitterende mensen
die ben je ook.
 
Als je uit jezelf kon stappen
zou je het kunnen zien:
hoe mooi je bent.
En als je dan tegelijkertijd
in jezelf kon blijven
zou je het voelen,
hoe mooi jij jezelf vindt.
 
Als er nu de tranen komen
is dat precies wat ik je wens.
 

Ik kon me zijn, én ik kon me zien

 

Ken je dat, dat je diep geroerd wordt door een personage in een boek of film?

Gisteren kon ik op die manier naar mezelf kijken. Ik zat in de hoek van mijn nieuwe bank. Met de voeten onder me, me af te vragen hoe je dat doet, netjes zitten met een jurk.  De combinatie van mijn onhandigheid, en mijn elegantie, maakte me schitterend.

En vooral die elegantie raakte me, want zo heb ik mezelf nog nooit gezien. Het zou één van de laatste woorden zijn die ik voor mezelf zou kiezen. En toch zag ik het, voelde ik het. Zelfs het schitterende.

En zoals altijd, sinds ik weet dat ik vrouw ben, stromen de tranen als iets essentieels me raakt.

Vandaag sprak ik mijn interne fan daar over. Ze zei:

Weet je lieverd,

Soms ben je me kwijt, dan loop je zo hard, wil je zo veel dat je me niet kunt voelen of horen.  En altijd vind je de weg weer terug.

En soms lijkt het alleen maar of je me kwijt bent. Je voelt je geweldig en wil dat met me delen. En dan ben je verbaasd dat er geen gesprek volgt.  Dat zijn de momenten waarop ik helemaal in je ben.
Ik ben dan IN én DOOR jou aanwezig. Ik ben dan geen stem binnen in je die tegen je kan praten. Ik bén jouw stem, die door jou naar buiten kan. Wij zijn dan één, samengesmolten.

En gisteren was weer iets anders, en daarom raakte het jou zo.

Gisteren voelde je beide tegelijk. Je was waarnemer en object tegelijk. Je kon jezelf zien en voelde ontroering, en tegelijk voelde je jezelf gezien, en ook die ontroering kon je voelen.

Ik was in je, en ik was je.

 

Poeh.

Kunstenaars en filosofen spelen hier al eeuwen mee. De eeuwige paradox:
ZIJN of ZIEN.
Als je er met afstand naar kunt kijken en observeren ben je niet in het moment, en als je in het moment bent kun je niet observeren.

Ik kon dat gisteren even beide.  En, ja. Dat raakt.

En er waren ook andere tranen.

Rouw.

Over al die momenten toen ik ook zo mooi was en het niet kon zien.

Over al die mensen die schitterend zijn en het niet kunnen zien.

Dat is mijn missie.

Mensen hun eigen schitterende zelf laten zien. Ze verenigen met hun interne fan.

Lieverds, jullie zijn zo mooi!

 

 

Escher, de prententenstoonstelling
(uit: De Algehele geschiendenis van het denken, André KLukhuhn)

Voor de filosofen onder ons:

Die witte vlek is er omdat Escher niet wist hoe hij deze beide werelden daar samen moest laten komen.  Die witte vlek is symbolisch voor het bijzondere dat daar op dat raakvlak is.
(En het bijft bijzonder, ook al hebben ze inmiddels met een computerprogramma ontdekt hoe het ingevuld moet worden)

 

Waarom je NIET mijn nieuwsbrief moet volgen

Ik wil je iets belangrijks vertellen, en ik weet nog niet precies wat het is.

Geeft niet, ik kom daar wel achter tijdens het schrijven, zo werkt dat bij mij. Lees lekker mee. Verwacht geen doorwrocht blog maar ontdek samen met mij wat ik op het spoor ben.  Misschien kost het een paar reacties en nóg een blog.

Ik werd getriggerd door de inspirational talk van Elizabeth Gilbert (Eat pray love), die eerst de wereld over trok met “Follow your Passion!” en nu bij Oprah de “Don’t follow your passion!” preekt.

En toen zag ik Terri Trespicio met precies hetzelfde verhaal.

Doorklikkend kwam ik deze TED talk tegen over “Not giving a f*ck“, en bedacht dat ik dat verhaal al een keer tegen kwam bij Mark Manson (ik weet niet wie eerst was, en misschien zijn ze los van elkaar op het zelfde idee gekomen).

Ik merk dat ik cynisch word. Dat was ik 5 jaar geleden ook, toen ik opeens overal life coaches zag opduiken met recepten voor een beter leven. Ik maakte toen een serie  levenslessen-vlogs om ze te parodieëren.

En nu ga ik het zelf doen. Op een podium staan met mijn verhaal. Een blog maken. Online curussen verkopen.

En ik koop ze zelf de online cursussen, ik huur ze zelf in de coaches.

Dus waar zit het verschil?

Waarom klopt het tegelijkertijd wél en niet?

Het ligt niet zozeer aan de inhoud. Ze hebben het bijna allemaal over dezelfde levenslessen (sommige al oeroud), die in steeds een andere vorm terug komen.

En ook die verschillende vormen zijn goed. Iedereen is anders, en zo is er een kans dat de boodschap tot je komt op een manier die bij je past.

Maar waarom duwt die boodschap dan zo toch zo vaak op het verkeerde knopje?

Het was niet alleen de hoeveelheid die me destijds cynisch maakte, een smaak die ik ook nu nog in mijn mond kan proeven.

Neem nu deze:

10 Signs You Are Your Own Biggest Fan

toegestuurd door Jolien, vanwege de titel.

Je wil natuurlijk tussendoor niet wegklikken dus ik zal ze even opnoemen:

Je eigen weg gaan
Geen toestemming vragen
Je hart volgen
Fouten durven maken
Steeds opnieuw proberen
Positieve Mindset
Je waarheid uitspreken
Je emoties laten zien
Oké zijn als iemand je niet leuk vindt
Out of the box denken

Ik lees ze en voel direct beide . . .  nee wacht

. . . het zijn er drie

  1. Ja, dat is waar, één van de grote diepe waarheden, ik snap hem!
  2. Maar wel heel erg cliché en een stuk ingewikkelder dan je hier doet voorkomen want . .
  3. als het zo simpel was waarom voel ik me dan nog steeds zo onmachtig, sterker nog ik voel me zelfs slechte nadat ik je stul gelezen heb, want ik faal dus in een grote levensles

Dat, die laatste.

Auw!

Ik begin er achter te komen dat het niet de boodschap is,
ook niet de boodschapper,
maar de ontvanger.

Want tegen wie hebben ze het?

Tegen wie van mijn ikken zijn ze aan het praten?

Ik heb nog al wat sub-persoonlijkheden.

Zo is daar mijn interne criticus,  mijn interne drammer, mijn interne perfectionist.

Zij weten wel raad met dit soort advies.

De criticus zegt: “Dat kun je niet, en dat gaat je niet lukken ook! En kijk nou, al die anderen kunnen het wel!”

De drammer zegt: “Daar moet je als de sodemieter mee aan de slag! Zie je? ene hele lijst! Print hem uit! Hang hem op, zodat je er elke dag naar kunt kijken!”

De perfectionst zegt: “Je dacht zeker dat je dat allemaal al kon, Maar kijk eens? Als je goed leest kun je zien dat je nog lang zo ver niet bent!”

Al die stemmen, al die interne dialogen, en we voelen ze in onze donder, hevig! En als we al deze boodschappen lezen worden we overprikkeld, slaan we dicht, voelen we ons waardeloos.

En dáár zit toch een verschil. Tussen al die boodschappers.

Want internet marketing speelt bewust in op die stemmen,

  • Koop nú anders vis je achter het net.
  • Doe als de anderen, je wil toch niet achter blijven?
  • Je mist iets heel belangrijks in je leven als je je niet inschrijft op mijn nieuwsbrief.

En je stemmen trekken aan je.

“Hier een kans!”, zegt je drammer.

“Je bent een lafaard als je niet mee doet!”, zegt je criticus. (En als je wel meedoet gaat ie zeggen dat je stom bent dat je er in getrapt bent)

“Kijk een checklist!”, zegt je criticus verheerlijkt!

Ik ga je geen advies geven.

Ik ben de stem van je interne fan die zegt dat je nu al perfect bent, mét al je tekortkomingen. Oók de tekotkomingen die jij nog niet kunt accepteren. Je fan kan dat wel.

Luister naar je interne fan.

En als je ooit beslist wel ergens aan mee te doen. Laat het dan alsjeblieft vanuit dat gevoel zijn: dat je het waard bent. Dat je ook oké bent als je het niet zou doen, maar dat het gewoon een gaaf ding is om te doen. Want er zitten echt hele gave dingen tussen!

 

 

Ook het laatste gordijn moet weg (of juist niet?)

De eerste keer dat ze achter het gordijn van het leven keek, stokte de adem haar in de keel.

Ze had nooit geweten dat er zoiets als een gordijn was, en al helemaal niet dat daar een hele wereld achter schuil ging.

En wat voor wereld.

Eenmaal gezien gaat het gordijn nooit meer helemaal dicht, nam ze zich voor.

Die eerste jaren wilde ze niets anders dan anderen wijzen op die prachtige wereld achter het gordijn, maar ze kwam er al snel achter dat mensen niet begrepen waar hij ze over had. “Gordijn? Welk gordijn?”

Ze voelde steeds meer afstand van de mensen die het maar niet wilden snappen, maar naarmate ze meer stappen in de nieuwe wereld zette, kwam er ook andere mensen op haar pad.

Ze voelde zich gelukkig, vervuld.

Tot de dag dat ze tegen nóg een gordijn op liep.

Dunner, ijler. Vitrage leek het.

Maar toch hardnekkig. Ze raakte er in verstrikt.

“Overgebleven flarden van het eerste gordijn”, dacht ze bij zichzelf. Uiteindelijk ontstrikte ze zichzelf met behulp van haar nieuwe vrienden.

Het derde gordijn was al minder een verrassing. “Ik heb kennelijk nog een weg te gaan”, was haar conclusie.

Het vierde gordijn begroette ze met een milde verbetenheid. En toen die eenmaal aan de kant geschoven was, ging ze meteen op zoek naar de vijfde. Ze wilde onbelemmerd zicht op de ware wereld.

Steeds directer ging ze op haar doel af. Ze scheurde de gordijnen opzij, vertrapte ze, in de haast om verder te komen.

Laag na laag, na laag.

De vloer raakt bezaaid met gescheurde flarden, en ze struikelde.

Ze zat op de grond, keek om zich heen, en nam toen een paar flarden in haar hand.

Er stonden letters op, zag ze, woorden, zinnen.

Ze keek achterom naar het gat dat ze geslagen had in haar wereld, en weer terug naar de flarden gordijn met tekst in haar hand.

Nu pas zag ze dat de gordijnen bladzijden waren van het boek dat ze leefde. Bladzijden die ze gescheurd had, en ongelezen aan de kant had gegooid.

Lang bleef ze zo zitten. Toen stond ze langzaam op, en richtte haar blik vooruit.

Voor haar hing een leeg gordijn, zonder woorden. Eronder lag een pen op de grond.

Ze pakte hem op, haalde de dop eraf en begon te schrijven.