Over gewoon dóen, en daar van leren. En over trots kunnen zijn

Mijn eerste facebook live coaching.

En oh wat leer ik veel.

Het klopt.  Je moet het gewoon gaan doen. Niet wachten tot alles perfect is.

En daar zat ik, in de Bieb.

Ik was met Nicolette voor te bereiden, toen er een man de boeken die hij uitzocht met een smak op de tafel gooide waar mijn laptop stond. En de micrifoon die ik gebruikte om alles via mijn Cochleaire Inplantaten te kunnen verstaan.

Ik vroeg hem of hij de boeken iets zachter wilde neerleggen. Hij snauwde me af, dat ík het was die zachter moest doen. Hij was duidelijk boos over het feit dat ik de Bieb gerbuikte voor mijn coaching.

Wow, wat een oefening. Ik maakte een mental note om nog eens met de Bieb te bespreken of dit de goede plek is, als er mensen zijn die er last van hebben. En zette het van me af. Ja! Dat lukte!

En toen.

Eindeloze reeks technische haperingen. Om de 3 seconden viel de verbinding weg. Net toen we wilden stoppen, leek het beter te gaan.

En ook daar raakte ik niet van in paniek.

En dan de coaching zelf:

Ik moet daar een andere naam voor verzinnen.

Want ergens in de coaching bekroop me het gevoel:

“Hee je moet wat doen. Je had beloofd te laten zien hoe gaaf mensen zijn!”

En ik deed helemaal niks. Nicolette zat van zichzelf gaaf te zijn. Ze deed haar verhaal. En niet omdat ik zulke scherpe vragen stelde.

Ik luisterde alleen maar. En zat er soms tussendoor omdat ik vond dat ik ook wat moest zeggen, maar of dat nou zulke goede interventies waren, weet ik niet.

Ja mijn perfectionist is bezig. Dat mag, daar wordt ik beter van. Kijken of ik het lef heb om het met die blik terug te kijken: wat kan beter?

Maar intussen kan ik ook erg blij zijn met het resultaat! Wat een mooi gesprek, en veel herkenbare HSP dingetjes kwamen langs.

Kan ik me ook trots voelen?

Die vraag laat ik hier en nu binnen komen.

. . .

Ik moet even de “alles wat beter kan” dimmen. Die is nog even bezig, merk ik.

. . .

Ja ik ben trots.

 

 

Slaapliedje

Nee wordt niet wakker, slaap maar lekker door.
Ik fluister lieve woordjes in je oor.
Ik zoek je knuffel, leg je dekens goed.
Dit moment is als het wezen moet.
Maar straks ga jij alleen de wereld in,
moet ik je laten gaan.
Je groeit zo vreselijk snel,
je speelt je eigen spel,
maar ik zal aan de zijlijn staan.

Ik kijk naar jou en zie mijn eigen angst.
En juist daarvoor ben ik het allerbangst.
Ik weet mijn lessen zijn de jouwe niet,
jij hebt ook recht op jouw verdriet.
Bij alles wat ik doe of laat voor jou:
te weinig en te veel.
Weet dat ik van je hou,
weet dat ik je vertrouw
weet dat ik ook je vreugde deel.

Nee wordt niet wakker, het is nog lang geen dag.
Geniet ervan dat jij nog dromen mag.
Als jij straks wakker wordt
en jij jezelf in het leven stort,
weet het is goed
dat jij doet wat je doet.

Maak je fouten voel je vrij.
Het is zoals mijn vader zei,
ik weet opeens,
dat geldt ook nog steeds voor mij.

 

 

geschreven voor mijn oudste zoon (toen 4), in 1995 .
En zelfs gezongen op een cabaretcursus. Op deze melodie:

 
En hier komt de 0-meting. Ik weet zelf niet eens hóe vals. Ik hoor mijn eigen stem wel, maar gedigitaliseerd, en ik mis tonen.

 

Moed om te falen, een verslag van een cursus dag 1

Ik ga het niet hebben ove hoe fantastisch Xandra het allemaal deed. Hoe ze een prachtige plek heeft gecreëerd, waar je je welkom voelt, en hoe ze dat welkom belichaamt. En hoe professioneel ze inspeelt op alles wat er gebeurt die dag, terwijl ze heel goed in de gaten houdt waar ze heen wil. Hoe ze ons mee neemt in de waaroms van haar keuzes en hoe ze laat zien hoe alles in een groter plaatje past.

Want als ik dat doe denken jullie dat ik schaamteloos reclame loop te maken voor een goede vriendin.

En dat doe ik ook, Want uiteindelijk ben jij die vriendin. Hoe meer mensen leren wat hoogsensitiviteit écht is, en wat er écht nodig is, hoe groter de kans dat jij iemand vindt die weet hoe ze je kan begeleiden in de stappen die je zet.

Want de wereld is een freaking enge plaats.

Daar gingen mijn eerste tranen van deze dag over.

Xandra leidt een oefening in, en vraagt ons dan op een schaal van 1 tot 10 hoe eng die oefening voor ons is.

Te eng, zo blijkt.

Vervolgens tast ze af hoe ze stapje voor stapje de oefening veiliger kan maken.  Ze legt de koppeling met het onderwijs waarbij de klas vaak een opdracht krijgt en je als kind geacht wordt zomaar mee te doen. Zonder dat er gekeken wordt naar de drempels die kinderen moeten nemen. Drempels die vaak veel te hoog zijn. En zo wordt je meegezogen in een stap die veel te groot is om nog te kunnen leren.

Want ook al gaven we aan dat de oefening voor nu nog te eng was. We hadden allemaal meegedaan, kwam we achter. Vanuit de gedachte dat we straks vast trots op onzelf zouden zijn over wat we gedurfd hadden. En we hadden niet stil gestaan bij het feit dat de stress die we zouden ervaren ons helemaal nie geholpen zou hebben bij het leren.

Toen kwamen die tranen. Want ik zag voor mijn ogen klaslokalen vol kinderen die steeds weer over hun grenzen moeten gaan. Omdat er niemand is die ze helpt om die grenzen te druven voelen, laat staan aan te geven.

De wereld is een freaking enge plaats.

En hoe mooi is het dan, als er iemand bij je is, die je helpt om de stappen die je zet veilig te maken.

Ook met je mindset.

Oja,

Ik kan nu eindelijk mijn moeite met de mindset-hype benoemen.

Want iedereen wil een growth mindset hebben. En iedereen denkt dat ie hem al heeft. Dat dacht ik zelf ook.

Wat ik kan heb ik geleerd. Ik kan ook nieuwe dingen leren.

Duh!

Open deur toch?

Ik kon niet lopen, niet fietsen, niet praten. En alle wiskunde, talen en zo, die heb ik toch ook allemaal geleerd?

Ja. Maar tekenen kan ik niet.

Er bestaat dus niet EEN mindset.

Je hebt een fixed of growth mindset op specifieke onderdelen.

En een fixed mindset is lang niet altijd verkeerd. Ik hoef niet alle kanten op te groeien. Ik kan jaloers kijken naar kinderen die schijnbaar moeiteloos wakeboarden. Maar ik hoef dat zelf niet te kunnen.

Beetje zuinig zijn in waar je je growth mindset op richt kan geen kwaad.

Want ook dat ervaarden we. Met ons lijf. Wat leren is.

Allemaal oefeningen, bewegingsspelletjes. Waarvaan de moeilijkheidsgraad steeds wordt opgeschroefd.

Wat doe ik? Ga ik mee in de volgende stap? Blijf ik nog even bij het vorige niveau, om dat echt onder de knie te hebben, voor ik een volgende stap zet. En wat dan als alle anderen al wel verder zijn? Ervaren en voelen wat het doet in je lijf.

Hoe het voelt als het mislukt. Want dat is ook zoiets waar we stoerder over praten dan we durven voelen: dat “fouten maken moet” dingetje.

En dan leren hoe je leert. Welke veiligheid ik nodig heb, en welke uitdaging. En ook dát staat niet vast.

Wat hebben we nog veel te leren over leren.

Wat hebben we nog een eind te gaan om de wereld veiliger te maken.

Xandra, bedankt voor je eerste dag.

Dit is de eerste in een serie over mijn opleidingsjaar bij Xandra.

 

Hier kun je meer lezen over Moed om te falen

 

De stemmen in je hoofd, en waar ze van gemaakt zijn

Jouw perfectionist, je drammer, je interne criticus

zijn natuurlijk opgebouwd uit  alle stemmen uit je verleden.

Mensen die belangrijk voor je waren.

Zo ook je interne fan.

Je interne fan heeft flarden van prachtige anderen in zich. Anderen die jou zagen op momenten dat het er toe deed.

Ik ontdekt vandaag zo’n flard.

Toen ik pas studeerde ging ik de kleren dragen die ik leuk vond. Ik leefde in Wageningen, in de jaren 80. Alles kon en niets was gek.

Ik droeg veel roze en paars.

Ik kocht twee witte schoenen, en verfde de één lichtblauw en de ander lichtgeel (dacht ik, het bleek groen te zijn).

Ik droeg deze kleren ook als ik een weekend naar mijn ouders ging.

Mijn vader riep de eerste keer dat hij ze zag:

“Schitterend!  Ik vind het zeer doen aan mijn ogen, en ik vind het eerlijk gezegd niet mooi. Maar ik vind je schitterend!”

Ik besef nu dat hij de essentie van de interne fan te pakken had.

Jouw interne fan is niet een kritiekloze toejuicher.

Zij vindt niet alles klakkeloos goed wat je doet.

Ze weet dat het er helemaal niet gaat om wat ze vindt.

Daar is je interne criticus voor (en ja, als je daar naar luistert vertelt die ook wanneer het oké is.)

Ze vindt jou schitterend, in alles wat je doet. Ook in je mislukkingen.

Want ze kan het grote plaatje zien, en weet precies hoe die mislukking daar in past.

En dat grote plaatje, jouw verhaal is schitterend. Het kan niet anders zijn dan schitterend. Ook al is dat ene moment niet zo fraai. Ook al duurt dat moment voor jou veel te lang.

Lieve papa,

bedankt voor deze les

en ja, nu heb ik even tranen in mijn ogen

 

Hoe gaat het met je? Lees dit dan even


 

Dit schreef ik 6 mei 2012:

Ik ben een notoir ‘het-is-pas-goed-als…’ persoon.

Als ik erg op dreef ben krijg ik het zelfs voor elkaar om van een moment dat al goed is,   een ‘het-is-pas-écht-goed-als…’  moment te maken.

Als ik wat minder mijn best doe is een goed moment altijd nog een: ‘het-is-goed-omdat…’ moment.

En afgelopen week had ik zomaar een moment dat die puntjes (…)  weg waren.

Ik had een ‘het-is-goed’ moment.

Sterker nog: het was een ‘het-is-al-goed’ moment. Met de nadruk op IS, in plaats van op goed.

Het IS al goed!

Niet omdat, niet bijna, maar gewoon helemaal.

En dat dan niet alleen tegen mezelf zeggen, maar ook echt zo voelen. Dat gaf rust.

Kan ik dat vasthouden? Nee. Maar het is ook niet om vast te houden. Het is iets om weer los te laten en dan toch te weten dat het er is. Dichtbij. Waar ik er bij kan. Mezelf er aan herinneren door het te zeggen. Het is al goed. Dat zijn vanaf nu geen woorden meer, het is een oproep.

 

Sindsdien ben ik het tegengekomen in de literatuur. Het schijnt een HSP dingetje te zijn, dat “als-ik-maar-dan…” dingetje. In PRI hebben ze er zelfs een begrip voor bedacht: “Valse Hoop”

Het is een mechanisme om niet te hoeven voelen dat je de verbondenheid mist; om de pijn van het niet gezien zijn niet te hoeven voelen.

Want je bent lekker druk, en dan hoef je niets te voelen. Je hebt iets om je op te richten, om je best voor te doen. En dan ook nog met het idee dat DE beloning dan staat te wachten.

Je weet al lang dat je je zelf daarmee voorbij loopt. Maar het mechanisme is slim. Net zo slim als jij. Nee, slimmer. Want jij hebt nog niet door hoe slim je eigenlijk bent.

Dat mechanisme gebruikt de ultieme mindfuck:

Catch 22

Want nu gaat het je vertellen dat het pas echt oké is als je niet eerst iets hoeft te doen om te zorgen dat het oké is.

Kom daar nog maar eens uit.

(afbeelding: Ouroubos, Wikipedia)

 

Goed, het weten helpt je dus geen donder.

Zullen we het weten even aan de kant zetten?

 

Boordevol Woordeloos

(titel gekregen van Ingrid Teulings)

er zijn wel woorden
en begrippen,
definities zelfs,
en uitleg

 

ik zou ze kunnen
gebruiken
om te delen
hoe ik me voel

 

en dan zou je

het misschien snappen

en knikken

“ja, dat heb ik ook”


maar ik wil zo graag

met jou

nog even

in het niet-snappen zijn,

liefst samen


dat jij

door deze woorden

niet weet

en toch daarom juist precies

wat ik bedoel

5-9-2017

 

 

En als we dan toch samen zijn, gun ik je dat heerlijke moment.

Het  IS-AL-GOED  moment.

En als je dat nu niet kunt voelen, dan gun ik dat je de kiem ervan nu al kunt voelen. Want die kiem onstaat op het moment dat je het totaal niet kunt voelen.

Op zulke momenten:

 

Misschien voel je je nu overgeslagen omdat je de haleluja van de HET-IS-AL-GOED  niet kunt voelen, en ook niet echt in de put zit.

Maar hé, die momenten hebben ook hun eigen schoonheid.

Ik noem ze het “kleine niets”, om het te onderscheiden van het grote NIETS,

Het grote niets heeft alles al. Zwarte gaten, sterrenstels, god, en zo.

Het kleine niets is de stilte tussen uitademen en inademen, het moment dat de slinger even stil valt om zijn beweging te keren, van heen naar weer, of andersom.

Ja, het voelt als op en neer. Maar dat is het niet. Het is heen en weer. Het enige dat je hoeft te doen om dat zo te kunnen zien is de setting van je telefoon te veranderen:

En dán pas je telefoon draaien.

Dan wordt op-en-neer vanzelf heen-en-weer.

Laat die maar uit staan, trouwens, dat automatisch draaien.

Niet alles zien in het licht van “ik-ben-niet-goed-genoeg” en ook niet overal en altijd  geforceerd het mooie in alles willen zien. Dat zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Het is wat het is.

Gaaf of Kut.

Of er tussenin.

 

 

 

 

Waarom je nog niet sociaal onhandig genoeg bent

Stel, je past niet.

Stel, je was ooit heel goed in aanpassen, maar je mooie, ietwat onhandige echte ik, komt tussen de kieren door naar buiten zetten.

Ook als je dat niet wilt.

Ook al houd jij je mond, non-verbaal is er kennelijk van alles te beleven.

Want er gebeuren sociale ongelukjes.

Je aanpas-energie is op. De automatische piloot werkt niet meer, en zie!

Je kon toch al niet goed  tegen onechtheid. Maar nu balt het op. Als een lakmoespapiertje ga je kleuren. Ook al houd jij je mond (je wil geen gedoe), het is toch merkbaar.

Soms moet de boel juist niet gesmeerd lopen.

Dat gedoe komt er toch, natuurlijk.

En dat is goed, want dan klaart de lucht.

Pas als de lucht geklaard is kun jij je weer vrij bewegen.

In plaats van lastig, is dat juist mooi!

Je bent de kanarie in de kolenmijn.

Nog voordat iemand het merkt, gaan bij jou de signalen al af. Het enige dat je hoeft te doen is stoppen met verstoppen. Dat lukte toch al niet zo geweldig.

Je omgeving zou je  moeten koesteren! Met al je sociale onhandigheid, zorg jij voor meer lucht voor iedereen.

Je redt levens, als jij jezelf durft te laten zien, juist in al je onhandigheid!

 

durf jij van je te laten houden?

Ik was vandaag bij een doop van een dierbare vriendin.

En oi, wat gebeurde er veel in mij. In mijn hart en in mijn hoofd.

Laat ik beginnen met dat hoofd.

De kerk is een nieuwe, moderne kerk.

En daar heb ik dus allerlei gedachten bij.

Ik weet ook wel waar ze vandaan komen hoor, die gedachten. Ik groeide op in een links-intellectueel milieu. EO jongerendagen, daar werd een beetje op neergekeken. Koot en Bie hadden een persiflage met De Positivo’s.

En dan had je in de jaren 90 nog Jomanda, die verketterd werd in mijn omgeving.

Dus die handen in de lucht en die wiegende mensen . .  tja . .

En dat is niet alles.

De hele dienst zat perfect in elkaar. Optimaal gebruik van media, slimme apps om de kerkcontributie te regelen op het scherm met tegelijkertijd een lied over dankbaarheid en geven.

Ik kan daar dus makkelijk heel denigrerend over doen. Iets met Amerikaans sausje en massa manipulatie en zo.

Het is ook niet echt mijn cultuur. Harde muziek, weinig verstilling. Een preek die me nét iets te populair is.

Het is druk in mijn hoofd. Want al deze vooroordelen dwalen door mijn hoofd, en tegelijkertijd besef ik dat het vooroordelen zijn.

Maar dat is niet het enige. Als een echte amateur antropoloog ben ik ook nog eens aan het analyseren wat daar allemaal  gebeurt. Jee, wat zijn er veel mensen op zoek. Wat maken we als samenleving mensen eenzaam. Wat is er een tekort aan liefde. Om me heen zie ik mensen zichtbaar ontroerd worden, en daar is niets neps of goedkoops aan.

Gelukkig kan ik, ondanks dit vollle hoofd, me in mijn hart laten raken.

Dat gebeurt helemaal als ik zie hoe mijn vriendin zich laten dopen.

Ik ben onder de indruk van haar overgave.

Ik ben onder de indruk van haar beslissing om van zich te laten houden. Want dat is het, deze keuze. Het is vooral ook een keuze voor jezelf.

Het ontroert me diep als ik zie hoe geraakt ze is. Ik sta daar met tranen in mijn ogen.

Overal om me heen zie ik mensen die keuze maken. Om liefde te ontvangen. Om jezelf zo veel waard te vinden dat je dat ma’g ontvangen. En dat is een godsgeschenk.

Dit is mooi.

Dit is puur.

En dan maakt het geen donder uit welk sausje er overheen gegoten is. Ik weet dat het ook helemaal zonder sausje kan.

Mijn vriendin zal het niet met me eens zijn. Zij voelt god als daadwerkelijk aanwezig. En dat snap ik. Ik kan dat ook zo voelen.

Maar ik weet dat mensen die dat niet god noemen, hetzelfde kunnen ervaren.

Wat dat betreft zou ik blij zijn als er eens een eind kwam aan al het geruzie tussen godsdiensten en tussen religieuze mensen en atheïsten.

(Voor die atheïsten:  je overgeven aan de liefde van god betekent echt niet meteen dat je de evolutietheorie moet afzweren. Kerken die dogmatisch zijn, daar heb ik niets mee.)

Kom op lieverds, we hebben het allemaal over hetzelfde. We hebben het over liefde, en over het jezelf waard vinden deze te mogen ontvangen.

Dat is een dappere keuze, en dat was waardoor ik ontroerd  was.

Ik ben ook ontroerd als ik bedenk voor hoeveel mensen dit nog een stap te ver is.

Dat is waarom ik iedereen haar/zijn interne fan gun.

Ik gun iedereen het vermogen onvoorwaardelijk van zich te laten houden.

Begin met jezelf.

Goh, daar ging dit blog naar toe. En ik dacht dat het een stuk zou worden over vooroordelen, en wat je daar mee kunt doen.

Hoe je naast afreageren ook kunt in-reageren

Instanties! Ik wordt er gek van. Ik vlogde erover.

Afreageren op anderen. Mooi woord, afreageren. Je gooit iets van je af, als reactie op iets.

In de PRI methode noemen ze dat Valse Macht. Dat is één van de vijf manieren om niet te hoeven voelen wat je voelt. Ik herkende hem en maakte een vlog. Maar het voelde niet af.

En nu weet ik waarom.

Mijn lijf was weer rustig geworden, en toen kreeg ik een mail. Er is iets mis met mijn salaris. Dat hoort er te zijn, maar dat is er niet. En weer schoot het direct in mijn lijf.

Deze keer ging ik voelen. Wow, wat ging het daar te keer, ik weet niet welke stofjes aangemaakt worden, dat ga ik nog wel leren in de cursus van Xandra van Hooff, Master of Emotions.

Wat ik wel weet is dat mijn lijf volop in de vecht-of-vlucht stand stond.

Primaire reactie op mijn basiszekerheden. Maar ook een hele diep gewortelde angst voor de buitenwereld, vooral de instititionele vorm daarvan.

Omdat alle interactie met die wereld in het teken hebben gestaan van niet passen. En van de onvermurwbaarheid van die instanties. Het roept de oer reactie op “Ik doe het fout!”

Ken je dat? Dat je bij het zien van een politieauto meteen kijkt of je je gordels wel om hebt, je niet te snel rijdt? Zoiets.

Fijn om te voelen dat het mijn lijf is dat zo reageert.

Ik las “Sociale Intelligentie” van Daniel Coleman. Die heeft het over de lage route (automatische reacties, die sneller zijn dan je bewustzijn aan kan), en de hoge route (waarbij je verstand zich kan inmengen).

Ik hoef me niet meer te vereenzelvigen met die reacties. En daarom mogen ze er van me zijn. Het roept niet meer de totale paniekgolf van “Foute Boel!” op.

Ik kan het laten gebeuren. Afstand nemen. En mijn interne fan er even bij vragen. De hand op mijn schouder, de arm om me heen voelen.

Terwijl ik dit schrijf ebt mijn lijf nog even na.

Dat salaris probleem is nog niet opgelost. En dat is vervelend. Maar niet meer dan dat.