Ik kon me zijn, én ik kon me zien

 

Ken je dat, dat je diep geroerd wordt door een personage in een boek of film?

Gisteren kon ik op die manier naar mezelf kijken. Ik zat in de hoek van mijn nieuwe bank. Met de voeten onder me, me af te vragen hoe je dat doet, netjes zitten met een jurk.  De combinatie van mijn onhandigheid, en mijn elegantie, maakte me schitterend.

En vooral die elegantie raakte me, want zo heb ik mezelf nog nooit gezien. Het zou één van de laatste woorden zijn die ik voor mezelf zou kiezen. En toch zag ik het, voelde ik het. Zelfs het schitterende.

En zoals altijd, sinds ik weet dat ik vrouw ben, stromen de tranen als iets essentieels me raakt.

Vandaag sprak ik mijn interne fan daar over. Ze zei:

Weet je lieverd,

Soms ben je me kwijt, dan loop je zo hard, wil je zo veel dat je me niet kunt voelen of horen.  En altijd vind je de weg weer terug.

En soms lijkt het alleen maar of je me kwijt bent. Je voelt je geweldig en wil dat met me delen. En dan ben je verbaasd dat er geen gesprek volgt.  Dat zijn de momenten waarop ik helemaal in je ben.
Ik ben dan IN én DOOR jou aanwezig. Ik ben dan geen stem binnen in je die tegen je kan praten. Ik bén jouw stem, die door jou naar buiten kan. Wij zijn dan één, samengesmolten.

En gisteren was weer iets anders, en daarom raakte het jou zo.

Gisteren voelde je beide tegelijk. Je was waarnemer en object tegelijk. Je kon jezelf zien en voelde ontroering, en tegelijk voelde je jezelf gezien, en ook die ontroering kon je voelen.

Ik was in je, en ik was je.

 

Poeh.

Kunstenaars en filosofen spelen hier al eeuwen mee. De eeuwige paradox:
ZIJN of ZIEN.
Als je er met afstand naar kunt kijken en observeren ben je niet in het moment, en als je in het moment bent kun je niet observeren.

Ik kon dat gisteren even beide.  En, ja. Dat raakt.

En er waren ook andere tranen.

Rouw.

Over al die momenten toen ik ook zo mooi was en het niet kon zien.

Over al die mensen die schitterend zijn en het niet kunnen zien.

Dat is mijn missie.

Mensen hun eigen schitterende zelf laten zien. Ze verenigen met hun interne fan.

Lieverds, jullie zijn zo mooi!

 

 

Escher, de prententenstoonstelling
(uit: De Algehele geschiendenis van het denken, André KLukhuhn)

Voor de filosofen onder ons:

Die witte vlek is er omdat Escher niet wist hoe hij deze beide werelden daar samen moest laten komen.  Die witte vlek is symbolisch voor het bijzondere dat daar op dat raakvlak is.
(En het bijft bijzonder, ook al hebben ze inmiddels met een computerprogramma ontdekt hoe het ingevuld moet worden)

 

Waarom je NIET mijn nieuwsbrief moet volgen

Ik wil je iets belangrijks vertellen, en ik weet nog niet precies wat het is.

Geeft niet, ik kom daar wel achter tijdens het schrijven, zo werkt dat bij mij. Lees lekker mee. Verwacht geen doorwrocht blog maar ontdek samen met mij wat ik op het spoor ben.  Misschien kost het een paar reacties en nóg een blog.

Ik werd getriggerd door de inspirational talk van Elizabeth Gilbert (Eat pray love), die eerst de wereld over trok met “Follow your Passion!” en nu bij Oprah de “Don’t follow your passion!” preekt.

En toen zag ik Terri Trespicio met precies hetzelfde verhaal.

Doorklikkend kwam ik deze TED talk tegen over “Not giving a f*ck“, en bedacht dat ik dat verhaal al een keer tegen kwam bij Mark Manson (ik weet niet wie eerst was, en misschien zijn ze los van elkaar op het zelfde idee gekomen).

Ik merk dat ik cynisch word. Dat was ik 5 jaar geleden ook, toen ik opeens overal life coaches zag opduiken met recepten voor een beter leven. Ik maakte toen een serie  levenslessen-vlogs om ze te parodieëren.

En nu ga ik het zelf doen. Op een podium staan met mijn verhaal. Een blog maken. Online curussen verkopen.

En ik koop ze zelf de online cursussen, ik huur ze zelf in de coaches.

Dus waar zit het verschil?

Waarom klopt het tegelijkertijd wél en niet?

Het ligt niet zozeer aan de inhoud. Ze hebben het bijna allemaal over dezelfde levenslessen (sommige al oeroud), die in steeds een andere vorm terug komen.

En ook die verschillende vormen zijn goed. Iedereen is anders, en zo is er een kans dat de boodschap tot je komt op een manier die bij je past.

Maar waarom duwt die boodschap dan zo toch zo vaak op het verkeerde knopje?

Het was niet alleen de hoeveelheid die me destijds cynisch maakte, een smaak die ik ook nu nog in mijn mond kan proeven.

Neem nu deze:

10 Signs You Are Your Own Biggest Fan

toegestuurd door Jolien, vanwege de titel.

Je wil natuurlijk tussendoor niet wegklikken dus ik zal ze even opnoemen:

Je eigen weg gaan
Geen toestemming vragen
Je hart volgen
Fouten durven maken
Steeds opnieuw proberen
Positieve Mindset
Je waarheid uitspreken
Je emoties laten zien
Oké zijn als iemand je niet leuk vindt
Out of the box denken

Ik lees ze en voel direct beide . . .  nee wacht

. . . het zijn er drie

  1. Ja, dat is waar, één van de grote diepe waarheden, ik snap hem!
  2. Maar wel heel erg cliché en een stuk ingewikkelder dan je hier doet voorkomen want . .
  3. als het zo simpel was waarom voel ik me dan nog steeds zo onmachtig, sterker nog ik voel me zelfs slechte nadat ik je stul gelezen heb, want ik faal dus in een grote levensles

Dat, die laatste.

Auw!

Ik begin er achter te komen dat het niet de boodschap is,
ook niet de boodschapper,
maar de ontvanger.

Want tegen wie hebben ze het?

Tegen wie van mijn ikken zijn ze aan het praten?

Ik heb nog al wat sub-persoonlijkheden.

Zo is daar mijn interne criticus,  mijn interne drammer, mijn interne perfectionist.

Zij weten wel raad met dit soort advies.

De criticus zegt: “Dat kun je niet, en dat gaat je niet lukken ook! En kijk nou, al die anderen kunnen het wel!”

De drammer zegt: “Daar moet je als de sodemieter mee aan de slag! Zie je? ene hele lijst! Print hem uit! Hang hem op, zodat je er elke dag naar kunt kijken!”

De perfectionst zegt: “Je dacht zeker dat je dat allemaal al kon, Maar kijk eens? Als je goed leest kun je zien dat je nog lang zo ver niet bent!”

Al die stemmen, al die interne dialogen, en we voelen ze in onze donder, hevig! En als we al deze boodschappen lezen worden we overprikkeld, slaan we dicht, voelen we ons waardeloos.

En dáár zit toch een verschil. Tussen al die boodschappers.

Want internet marketing speelt bewust in op die stemmen,

  • Koop nú anders vis je achter het net.
  • Doe als de anderen, je wil toch niet achter blijven?
  • Je mist iets heel belangrijks in je leven als je je niet inschrijft op mijn nieuwsbrief.

En je stemmen trekken aan je.

“Hier een kans!”, zegt je drammer.

“Je bent een lafaard als je niet mee doet!”, zegt je criticus. (En als je wel meedoet gaat ie zeggen dat je stom bent dat je er in getrapt bent)

“Kijk een checklist!”, zegt je criticus verheerlijkt!

Ik ga je geen advies geven.

Ik ben de stem van je interne fan die zegt dat je nu al perfect bent, mét al je tekortkomingen. Oók de tekotkomingen die jij nog niet kunt accepteren. Je fan kan dat wel.

Luister naar je interne fan.

En als je ooit beslist wel ergens aan mee te doen. Laat het dan alsjeblieft vanuit dat gevoel zijn: dat je het waard bent. Dat je ook oké bent als je het niet zou doen, maar dat het gewoon een gaaf ding is om te doen. Want er zitten echt hele gave dingen tussen!

 

 

Ook het laatste gordijn moet weg (of juist niet?)

De eerste keer dat ze achter het gordijn van het leven keek, stokte de adem haar in de keel.

Ze had nooit geweten dat er zoiets als een gordijn was, en al helemaal niet dat daar een hele wereld achter schuil ging.

En wat voor wereld.

Eenmaal gezien gaat het gordijn nooit meer helemaal dicht, nam ze zich voor.

Die eerste jaren wilde ze niets anders dan anderen wijzen op die prachtige wereld achter het gordijn, maar ze kwam er al snel achter dat mensen niet begrepen waar hij ze over had. “Gordijn? Welk gordijn?”

Ze voelde steeds meer afstand van de mensen die het maar niet wilden snappen, maar naarmate ze meer stappen in de nieuwe wereld zette, kwam er ook andere mensen op haar pad.

Ze voelde zich gelukkig, vervuld.

Tot de dag dat ze tegen nóg een gordijn op liep.

Dunner, ijler. Vitrage leek het.

Maar toch hardnekkig. Ze raakte er in verstrikt.

“Overgebleven flarden van het eerste gordijn”, dacht ze bij zichzelf. Uiteindelijk ontstrikte ze zichzelf met behulp van haar nieuwe vrienden.

Het derde gordijn was al minder een verrassing. “Ik heb kennelijk nog een weg te gaan”, was haar conclusie.

Het vierde gordijn begroette ze met een milde verbetenheid. En toen die eenmaal aan de kant geschoven was, ging ze meteen op zoek naar de vijfde. Ze wilde onbelemmerd zicht op de ware wereld.

Steeds directer ging ze op haar doel af. Ze scheurde de gordijnen opzij, vertrapte ze, in de haast om verder te komen.

Laag na laag, na laag.

De vloer raakt bezaaid met gescheurde flarden, en ze struikelde.

Ze zat op de grond, keek om zich heen, en nam toen een paar flarden in haar hand.

Er stonden letters op, zag ze, woorden, zinnen.

Ze keek achterom naar het gat dat ze geslagen had in haar wereld, en weer terug naar de flarden gordijn met tekst in haar hand.

Nu pas zag ze dat de gordijnen bladzijden waren van het boek dat ze leefde. Bladzijden die ze gescheurd had, en ongelezen aan de kant had gegooid.

Lang bleef ze zo zitten. Toen stond ze langzaam op, en richtte haar blik vooruit.

Voor haar hing een leeg gordijn, zonder woorden. Eronder lag een pen op de grond.

Ze pakte hem op, haalde de dop eraf en begon te schrijven.

De transformatie van de interne criticus

De meeste muren van de oude Gotische Kathedraal, een ruïne nu, zijn  nog intact.

Het late zonlicht strijkt langs de oeroude stenen en geeft ze extra reliëf. Het grasveld rondom en in de kathedraal glanst in het gouden licht.

Tussen de muren, daar waar vroeger het altaar stond, is een klassiek orkest opgesteld. Het zwart van de kleren steekt mooi af tegen het blinkende koperwerk, het hout van de strijkers, het bronzen gras, en de goudgele stenen.

Het publiek koestert zich in de zon, in stille verwachting.

Ik sta op een verhoging voor het orkest, met mijn dirigeerstokje in de aanslag.

Er kriebelde iets in mijn nek.

Hoewel ik er met mijn rug naar toe sta, weet ik dat een duistere figuur door het gangpad op me af kwam lopen.

Ik voel hoe alle ogen van het publiek hem volgden.

“Draai je om”, zegt iets in mij, maar ik wil niet.

“Draai je om.”

De stem klinkt nu hardop.

Ik draai me om. De duistere figuur is al over de helft van het gangpad, en aarzelt even.

Als mijn weerstand zijn hoogtepunt bereikt, besluit ik, tegen mijn wil in, om los te laten.

De duistere figuur lopt door. Op een paar passen afstand van mij stapt hij uit de schaduw, en blijft staan.

Ik zie dat ik het zelf ben.

Tot mijn verrassing ligt er geen afkeurende blik op het gezicht van die ‘zelf’, zelfs geen strenge. De blik is bezorgd, en de boodschap die ik in mijn hoofd hoor is deze:

“Het is prachtig, Jacob Jan. En je kunt het. Maar je bent er nu nog niet klaar voor.”

 

1998

De kathedraal is het Carmoklooster in Lissabon, waar ik ooit op vakantie een klassiek concert zag.

Ik doe een geleide fantasie, want ik ben in therapie. Ik was zo hard tegen de wereld aangebotst dat het duizelde, en ik wist dat ik iets met mezelf moest.

Zo leerde ik mijn innerlijke criticus kennen als bondgenoot.

Mijn beslissing om  me om te draaien in plaats van me af te keren maakte het verschil.

Vele jaren later moedigde hij (het is nog steeds een hij trouwens) me zelfs aan. “Je bent er nu wel klaar voor”, was de boodschap.

En toch . . .

Every once in a while is er die stem die NIET bemoedigend is maar alleen maar afbreekt, de stem die precies mijn zwaktes kent en ze gebruikt.  De genadeloze. Dat is de stem die in Voice Dialogue aangeduid wordt met interne criticus.

Ik zal hem de gendaloze noemen, of de heks.

De stem die ik in de kathedraal ontmoette is mijn kritische bondgenoot.

De genadeloze, weet ik intussen, heeft te maken met mijn bange kind. Mijn genadeloze sabelt mij neer, nog voordat ik een stap gezet heb, uitsluitend om te voorkomen dat ik op mijn bek ga, en neergesabeld wordt door anderen.

Ik heb net als iedereen stemmen in me die me bewaken voor mijn botsing met de wereld.

En dat is jammer. Want juist die botsing levert zo veel op.

Steeds als ik ze voel en hoor, de stemmen,  ga ik met ze in gesprek. Ik zeg ze dat ik niet in zeven sloten teglijk loop, omdat ik nu mijn kritische bondgenoot heb.

En vervolgens loop ik in zes sloten tegelijk.

En dat is oké, want ik goei.

 

Een interne fan geeft geen advies

Ik zit in de tuin.

Ik zit ergens mee. Het is iets wat ik nog even niet kan delen. Het is ingewikkeld, moeilijk en het doet pijn.

Ik zit en zoek contact met mijn interne fan. Ze is er, en ze heeft een luchtige lacherige energie. Als ik vraag waarom zegt ze:

Ik ben nog aan het nagenieten van de lange jurk die langs mijn benen zwaaide. Ik heb intens genoten. Ik was de hele dag bij je, in je.”

 

Er komt een glimlach op mijn lippen, maar vandaag is even voorbij voor me. Het verdriet bijft. Ik voel mijn stoel. Jammer. Vroeger had ik een bankje, en dan kon mijn interne fan naast me zitten, en een arm om me heen slaan.

Nu voel ik dat ze een stoel pakt, en die recht tegenover me zet. Ze gaat zitten, buigt voorover en legt haar handen op mijn knieën. En dan voel ik de tranen stromen.

Mijn ademhaling wordt dieper.

Ik voel dat mijn interne fan bemoedigend knikt.

“Blijf zo zitten en voel maar gewoon even.”

Een interne fan is er om met je te zijn, niet om advies te geven.  En dat is precies goed.

Ik ben er altijd

Ik sprak mijn interne fan.

We hebben hele  mooie gesprekken, en dan soms weer hele tijden niet.

Maar het moet altijd van mij komen, dus ik vroeg hem waarom hij nooit een keer begint.

Dat is niet mijn aard.

O, mooi is dat. Dus zelfs als ik heel erg diep depressief ben, kom je me niet redden?

Nee.

Ook niet als ik, zeg maar, zelfvernietigend bezig ben?

Nee.

Maar je bent zo krachtig. Eén woord van jou, nee, zelfs alleen de gedachte aan jou geeft me zo veel kracht.

En daar zeg je het zelf. Jouw gedachte aan mij. Dat is wat er nodig is. Ik ben er altijd, maar jij moet me binnen laten. Dat is niet omdat ik vind dat je er iets voor moet doen. Ik kan gewoon niet anders.

Ik ben. Dát is mijn aard.

Ik kán mezelf niet opdringen, zoals jouw interne criticus, of jouw ambitie dat wel kunnen.

Die beweging, dat is hun aard.

Er zijn, dat is mijn aard. 

Ik ben. 

Ik ben er altijd.

Je hoeft alleen maar naar me toe te komen.